China, Reizen
Leave a comment

Lijiang: een toneelspel met een fraai decor

Als je een beetje bekend bent met China, heb je misschien wel van het plaatsje Lijiang in de provincie Yunnan gehoord. Sterker nog, misschien ken je de stereotypes: het zou enorm toeristisch zijn, nep, nagemaakt, en de perfecte plek zijn voor one-night-stands. Mensen keken me een beetje half-walgend, half-meewarig aan als ik vertelde dat ik erheen ging, maar ik liet me niet afschrikken: vorige week verbleef ik een weekend in dit plaatsje om zelf te ervaren in hoeverre deze bekende ideeën waar zijn (behalve die van de one-night-stand, dan).

Handig om te weten is dat mensen meestal de ‘oude stad’ van Lijiang bedoelen wanneer ze het over deze plaats hebben. Lijiang zelf is namelijk een redelijk grote (en voor zover ik heb gezien, redelijk saaie) stad, maar het oude deel, of ‘ancient town’ zoals het overal staat aangegeven, is het deel dat de toeristen trekt.

Toen ik hier aankwam, had ik net twee weken in Chengdu gezeten, en ik was het koude weer en de e-norm vieze lucht wel een beetje zat. Wat een opluchting toen ik uit het vliegtuig stapte! Een blauwe lucht (ik was verrast dat die überhaupt nog bestond), zon, en besneeuwde bergen op de achtergrond. Mijn humeur kon niet meer stuk.

Vanaf het vliegveld kun je de bus nemen naar Lijiang-stad, en vanaf daar een taxi naar het oude deel. Auto’s kunnen dit deel niet in, dus aan de rand kun je je bagage zelf naar je hostel meenemen. Grappig genoeg heb ik langer naar mijn hostel gezocht dan mijn vlucht Chengdu-Lijiang duurde, en nog grappiger is dat ik er later achter kwam dat ik het in vijf minuten kon lopen.

Veel mensen zullen dit raar vinden klinken, maar ik vond Lijiang best een leuk plaatsje voor een paar dagen. Als je je ogen een beetje dichtknijpt, heeft het wel een zekere charme. Goed, het is inderdaad niet ‘authentiek’ zoals het misschien wordt aangeprezen; de eigenares van m’n guesthouse zei dan ook dat ze het in de afgelopen 9 jaar enorm heeft zien veranderen, en eigenlijk is het niet meer terug te herleiden naar hoe het ooit was. De ‘ancient town’ is dus niet super-ancient, maar goed, had iemand dat verwacht? De gebouwen zijn wel allemaal in een traditionele stijl (nieuw) gebouwd, zonder dat het er supernep uitziet. En sommige delen zijn echt sprookjesachtig; onderweg van het centrale deel naar mijn guesthouse nam ik vaak een route langs een beekje, weg van de mensen, waar ik het water hoorde stromen en de vogels kon horen fluiten.

Wat de toeristen betreft: ik was er in januari, dus het zal ongetwijfeld anders zijn dan in de zomer, en ik vond het erg meevallen. Vooral overdag, wanneer de Chinese tourgroepen naar nabij-gelegen plaatsen zijn, is het eigenlijk heel rustig. ‘s Avonds, wanneer iedereen terugkomt en de bars opengaan, is het een wereld van verschil. Als je van hoempa-boem-boemmuziek houdt, is dit je stad.

Ook heb ik ontdekt dat er zo’n zeven soorten winkels zijn in Lijiang: sjaals, geborduurde souvenirs, een soort koekjes gevuld met bloemblaadjes,  en nog wat anderen. Deze winkels vind je zo’n beetje verspreid over de hele stad, en na twee straten heb je het aanbod wel weer gezien. Dus ja, het is commercieel en de winkels bieden weinig variatie. Heel af en toe is er wel een verrassend hoekje met alternatieve kleding, of een goedbedacht zelfgemaakt product.

Een ander ding wat Lijiang volgens vele reisgidsen bijzonder maakt, is de ‘Naxi-cultuur’. De Naxi vormen een etnische minderheid in China, en aangezien Chinezen een soort obsessie hebben met minderheden worden naar elk dorpje waar mensen ook maar iets van een eigen cultuur of leefstijl hebben busladingen met toeristen gereden. In Lijiang vind je dan ook Naxi-gerechten op de menu’s, en zo nu en dan loopt er een vrouw in klederdracht (waarschijnlijk gewoon een Han-Chinees) waarmee je voor 10 kuai op de foto kunt. Grappig vond ik dat je ook veel winkels had met Native American-spullen of Afrikaanse djembés, alsof het eigenlijk elk idee van een etnische groep (of ‘stam’, maar zo noem ik mensen nooit) wel goed is en het verder niet echt uitmaakt of dat een lokaal ding is of niet.

Daarnaast verhuren veel hostels fietsen waarmee je naar dorpjes in de buurt kon fietsen, en dit is echt absoluut de moeite waard. Ik ben naar Shuhe en Baisha gefietst, Shuhe is een beetje een kleinere versie van Lijiang, en Baisha wat minder toeristisch (hier nam ik – uiteraard – per ongeluk de verkeerde weg, waardoor ik met m’n mountainbike over allerlei onverharde weggetjes kon crossen, ook leuk). Helaas was ik er vrij laat, maar als je meer tijd hebt kun je nog wat verder doorfietsen naar, zo wordt gezegd, de hoogste botanische tuin van de wereld en een of ander uitkijkpunt.

Slapen
Ik verbleef in Enjoy Inn, een heel fijn en persoonlijk guesthouse, met een blonde, lieve labrador (‘Lala’) dus dat is al een goede reden om hier heen te gaan. De eigenares is heel aardig, en toen ik er verbleef was ze nog op zoek naar vrijwilligers die er wilden werken in ruil voor een kamer, dus als dit aanbod nog open is kun je er misschien voor langere tijd terecht. Ik had de goedkoopste kamer, die was vrij basic maar verder prima, leuk versierd en er was een elektrische deken – woohoo.

Verwacht dus niet ‘het oude China, zoals het ooit was’ terug te vinden in Lijiang,  maar als je ervoor open staat om je mee te laten voeren in dit redelijk goed bedachte toneelstuk, kun je hier echt een prima tijd hebben.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *