China, Reizen
Leave a comment

Vijf ‘lowlights’ in Peking

ikea in beijing

Aan welke highlights denk je als je aan Peking denkt? Waarschijnlijk drie dingen: het Plein van de Hemelse Vrede, de Verboden Stad en de Chinese Muur. Maar waar ga je heen als je het gevoel hebt dat je alles wel zo’n beetje gezien hebt? Naar de lowlights! Ze staan wat minder in de spotlights, maar zijn het bezoeken net zo waard.

1. De botanische tuinen
Als je na al het getoeter en de hectiek van de stad behoefte hebt aan een rustige plek (je weet wel, ergens waar je niet onder de voet wordt gelopen door hordes mensen), ga dan daar de botanische tuinen. Het is een oase van rust, en je ziet nog eens wat abnormale bloemen en planten ook. Goed om te weten: er zijn eigenlijk twee delen: het (toeristische) deel met de kraampjes en attracties (hier dus niet heen gaan als je rust wil), en het wetenschappelijke deel met bomen en planten en hun Latijnse namen, en kassen. Geen enkele Chinees interesseert zich in dit laatste, want je kunt er geen eten kopen of souvenirs kopen, en dus ben je waarschijnlijk de enige persoon die er rondwaart. Heerlijk.

2. Ikea
Of je nou nog een Stalmö-tafeltje nodig hebt of niet, Ikea Beijing is de moeite waard om heen te gaan. Van binnen is het precies hetzelfde als elke andere Ikea, behalve dat de mensen wat anders omgaan met de modelwoningen dan in andere landen. Ikea is een dagje uit voor de Beijingers, het lijkt wel een mogelijkheid om één dagje een ander (en misschien moderner) leven te leiden dan mensen gewend zijn. Wees dus niet verrast als je mensen ziet die een middagdutje doen in één van de display-bedden, of hun meegebrachte voedselvoorraad nuttigen voor een voorbeeldtelevisie. En achteraf eet natuurlijk iedereen de Zweedse balletjes met saus in het restaurant.

3. Het verlaten maar nog niet gesloten pretpark
We kwamen hierop door een artikel van Vice (deze), en aangezien ik sowieso een groot fan ben van verlaten urban plekken (zoals spookstad Ordos, waar ik eerder over schreef) konden we het niet laten om hierheen te gaan. Dit pretpark was eerst een pure Disney-kopie – de slogan luidde ‘Disney is toch te ver weg, dus kom naar Shijianshan’, en dus moest het park zijn deuren sluiten nadat buitenlandse media er lucht van hadden gekregen. Na een tijdje is het weer heropend, nu zonder de namaak-Mickeys, maar echt veel publiek is er nooit op afgekomen sindsdien. Daarom was het ook weer lekker vervreemdend om met z’n tweetjes in een lege achtbaan te gaan. De meeste attracties werken namelijk nog gewoon, en de mensen die ze bedienen zijn uit pure verveling genoodzaakt de hele dag soapseries op hun smartphone te kijken. Geen wachtrijen in ieder geval, ook wel eens fijn.

4. De ondergrondse markt
Dit is wat mij betreft echt één van de goedbewaarde geheimen van Beijing, waar ik al menig inkopen heb gedaan. Vlakbij het Xizhimen-station zit een ondergrondse hal, vól met kraampjes nieuwe kleding. Er zit duidelijk nepkleding tussen (vijf euro voor een lelijke Louis Vuitton-tas), maar bij andere twijfel ik. Er is bijvoorbeeld heel veel spotgoedkope kleding van merken als Vero Moda, Only, Forever 21 etc. (die qua ‘merkstatus’ niet echt het namaken waard zijn), de kwaliteit en details zijn zó goed dat het haast niet nep kan zijn, en ik heb gehoord dat dit fabrieksoverschotten zijn. Veel van de fabrieken waar Westerse merken hun kleding laten maken staan in China, dus niet gek dat er af er toe een lading over is of naar buiten gesmokkeld wordt. In ieder geval: voor 4 tot 10 euro kun je leuke dingen kopen. Mocht je er heen willen, ik heb net héél lang gegoogled hoe je er ook alweer kwam, en er is kennelijk een ingang bij de McDonalds en Ito Yakado, Xizhimen Wai Dajie 112.

5. Peking University
En tot slot, de uni waar ik een paar maanden heb gestudeerd. De campus is fantastisch: aan de voorkant is een soort ‘schijnmuur’ van moderne hoogbouw, maar daarachter vind je de oude gebouwen met mooie gevels. Ergens daartussen heb je een fijn tentje waar je vage koffiecombinaties kunt uitproberen. Er is ook een heel meer (een méér, op een campus), en winkeltjes waar je merchandise kunt kopen: koop eens geen Harvard-hoodie, maar eentje van PKU. En het leukst van alles is natuurlijk studenten kijken en de lokale studeersfeer opsnuiven, maar kijk wel uit dat je niet omver wordt gereden door studenten op fietsen, scooters of eenwielige segways. Bij de ingang controleren de bewakers trouwens nooit op studenten-ID’s als het druk is, dus je kunt het beste ‘s ochtends tussen 8 en 9 komen, met de meute studenten mee.

Wat zou jij graag willen bezoeken, of weet je een andere lowlight? Laat het hieronder weten in de comments!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *