Reisleven, Reizen
comments 2

M’n 3 meest frustrerende visumervaringen

visum

Visums kunnen voor een hoop stress zorgen. Dat is vooral omdat je eerst lang bezig bent met voorbereiden en verheugen op je trip (hier ga ik heen, dat ga ik doen), en dan op het laatste moment denkt: oja, er was ook nog zoiets als een visum. Het is een beetje een noodzakelijk kwaad, want ook al staat het leuk in je paspoort, het is vooral een hoop officieel gedoe (en geld) voor zo’n glimmende sticker. Ook word je er soms een beetje achterdochtig van: waarom moet ik van dag tot dag beschrijven waar ik ben? En waarom moet ik het beroep van m’n vader en het adres van m’n universiteit opgeven? Natuurlijk is het ene land het andere niet, maar in bureaucratisch China willen ze graag precies wat je wanneer uitspookt. Hier de drie situaties die bij mij voor de meeste visumstress zorgden (en, toevallig of niet, alledrie voor China).

Situatie 1: “Not possible”
Oke, vriend en ik hadden het onszelf kennelijk een beetje moeilijk gemaakt: we wilden éérst naar China voor een maand, dán naar Nepal voor een paar weken, en vervolgens weer terug naar China omdat ik daar dan ging studeren. Dat betekent dat ik zowel een toeristenvisum als een studievisum nodig had, terwijl je maar één geldig visum voor China tegelijk in je paspoort kunt hebben. Ik belde dus maar met iemand van de Chinese ambassade, om mijn probleem voor te leggen. Want het moest toch wel mogelijk zijn om eerst te reizen, en dan te studeren?

Grappig genoeg lachte de vrouw aan de andere kant me hard uit. “That is not possible!” was het antwoord. “Okay, but how should I do this then?”, vroeg ik. “Is not possible”. Oke, tot zover het telefoongesprek.

Uiteindelijk hebben we de Chinese bureaucratie maar omzeild – of wacht, nee, niet omzeild. We hebben een omslachtige manier gevonden om er totaal in mee te gaan – door een random vlucht úit China te boeken, waardoor we (door het ticket te laten zien) een double-entry toeristenvisum konden aanvragen. M’n studievisum kon ik dan tijdens die tweede keer in het land zelf aanvragen. Het geld van die vlucht was ik kwijt (maar was niet extreem veel, naar Hong Kong).

Situatie 2: “Te vaak naar China geweest”
Een jaar later was het, na lang uitstellen maar toch net niet té lang, weer tijd voor mijn tripje naar Den Haag. Dit keer wou ik een visum aanvragen voor 3 maanden veldwerk in China. Ik kon het echter geen veldwerk noemen, want dan ben je weer een jaar bezig met brieven van universiteiten, en ik had nog maar een paar weken voor ik wegging. Ik gooide het dus op toerisme.

De vrouw achter de balie had allemaal post-its in haar servicehokje gehangen, waarop dingen stonden als ‘bedankt voor alle moeite!’ en ‘je bent een topper!’, waardoor ik goede hoop had dat ik eens géén gedoe met m’n visum zou krijgen. En dus leverde ik alle benodigde documenten in, die zij weer bekeek. ‘Sorry, maar ik denk dat het niet mogelijk is om een toeristenvisum aan te vragen’, zei ze. ‘Daarvoor ben je namelijk al te vaak naar China geweest.’ In andere woorden: nu heb je het op twee na grootste land ter wereld toch wel gezien?

Uiteindelijk, na een hoop gestress, kreeg ik een 30 dagen ‘bezoekersvisum’ om een vriend te bezoeken. Ik opgelucht, want ‘ik kwam in ieder geval het land in’. En na die 30 dagen zou ik dat visum wel even in China zelf verlengen. Dacht ik.

Situatie 3: “We made a mistake”

Stap 1 – op naar het Public Security Bureau
Dus ging ik tegen het einde van mijn net-beschreven 30 dagen naar het Public Security Bureau. Op internet had ik al eerder dingetjes gelezen over hoe ik mijn visum kon verlengen in Dali (en heb er zelf deze post over geschreven). Jammer dat dit kennelijk alleen opging voor toeristenvisa, en niet voor het bezoekersvisum dat ik juist had gekregen. Maar na lang uitleggen en wapperen met goede documentjes belde het meisje met een van haar oversten en, vooruit dan maar, ik kon hem verlengen. Ik had alleen nog één papiertje nodig van het politiebureau waarop stond dat ik op dit moment geregistreerd was bij een hostel. Zodat ze zeker wisten dat ik niet illegaal ergens in de bosjes verbleef, ofzo.

Stap 2 – op naar het politiebureau
Vol goede moed ging ik dus naar het politiebureau. Als sociaal wetenschappert is het namelijk best interessant om dat eens van binnen te zien, want ambtenaren zijn toch echt een volk apart in China. Dat bleek ook toen ik aankwam: ze waren net begonnen met hun lunchpauze van 3 UUR LANG. Kennelijk is die echt nodig om uit te puffen van het harde werk dat deze mensen de hele dag ijverig doen, oh-nee-niet.

Toen ik na drie uur (DRIE UUR!) weer terug kwam en eindelijk iemand had gevonden die me kon helpen, bleek dat mijn shitty hostel (kom op, er was één badkamer voor 40 mensen) me niet goed had geregistreerd. Tip van de ambtenaar: ga naar een ander hostel. Dit deed ik en het was fantastisch, schoon en ze hadden elektrische dekens. Plus, ze registreerden me goed, waardoor ik de dag erna mijn felbegeerde papiertje kon ophalen.

Stap 3 – weer op naar het Public Security Bureau
Ik had alles wat ik nodig nu. Achter de balie stond hetzelfde meisje als eerder, dat was mooi, want zij had me beloofd dat het kon. Ik was dan ook erg verrast toen ze zei dat het níet kon (maar ergens was ik ook weer niet verrast, want: China), en ik neem aan dat het iets te doen had met haar vrouwelijke collega/baas die er nu ook was. Ik haalde ál m’n argumenten uit de kast: ‘waarom zei je eergister dat het kon’, en ‘je zei dat ik alleen nog maar dit papiertje nodig had’ en zelfs ‘dit is slecht voor het imago van China’ (ja, beetje zwak, maar ik was echt wanhopig want ik moest m’n studieonderzoek in China doen). Niets werkte, het antwoord was eerst: ‘Dat heb ik nooit gezegd’ (hier werd ik echt kwaad van, want ik ben toch niet achterlijk ofzo?) en toen: ‘Oké, we hebben een vergissing gemaakt, maar wat we nu zeggen is de waarheid (zo’n beetje de hele Chinese geschiedenis in een notendop). Met mijn argument ‘ik kan niet binnen twee dagen zomaar het land uit’ kreeg ik nog een week extra, maar dan moest ik ook echt opgehoepeld zijn uit China. Voor mijn 7-dagen visum moest ik uiteraard weer betalen, dit deed ik voor het grootste deel in briefjes van 0,1 cent. Dat duurde lekker lang voor hen en hé, geld is geld.

Er zat dus niets anders op dan naar Hong Kong te gaan. Ook geen straf, want het is misschien wel de vetste stad waar ik ooit ben geweest. En uiteindelijk kwam alles altijd weer op z’n pootjes terecht, en ben ik heel blij dat ik m’n onderzoek in China af heb kunnen maken. Alle stress, ook visumstress, is maar relatief!

Wat is jouw meest traumatische visumervaring? Laat ‘m hieronder achter in de comments.

Lees ook: Visum voor China aanvragen in Hong Kong  en Citytrip Hong Kong: de wereld in het klein .

2 Comments

  1. Mijn god, hé, wat een verhalen! Ik heb nog nooit eerder visumstress gehad. Het enige waar ze even moeilijk deden, was in Bosnië, toen ze onze groene kaart blijkbaar geen groene kaart vonden. Even betalen en we mochten erin, gelukkig. En we waren niet de enige; alle toeristen mochten betalen. Maar hé, het schijnt nog moeilijk te kunnen bij de Bosnische grens.

    Maar… ik ga binnenkort naar Thailand, Cambodja & Vietnam en we twijfelen heel erg: hier visums halen of daar? Wat zou jij aanraden?

    • Janne says

      Ja, wat kunnen mensen moeilijk doen he… Maar geld lost zo te zien alweer veel op. :p Hmm, ik weet niet in welke volgorde jullie gaan, maar voor Thailand en Cambodja kun je allebei visums aan de grens krijgen, dat is het makkelijkst! (Als je per vliegtuig in Thailand aankomt krijg je 30 dagen, als je overland komt krijg je 15 dagen). In guesthouses in Bangkok schijn je weer makkelijk visums voor Cambodja en Vietnam aan te kunnen vragen. Vergeet geen pasfoto’s mee te nemen, scheelt daar weer gezoek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *