Indonesië, Japan, Reisleven, Taiwan
Leave a comment

De 5+1 beste momenten uit 5 maanden reizen

Jahoor. Daar ben ik weer. Terug van een lange, mooie reis vol goede herinneringen en inspiratie voor de rest van mijn leven, en terug in Nederland, waar ik iedereen weer versta en waar ik dus allemaal mensen om me heen hoor klagen – dat begon al bij de rij voor de douane bij Schiphol – waarom klagen Nederlanders toch zoveel? Maar laat ik niet teveel klagen over klagende mensen.

Je denkt altijd dat je leven rond reizen er zo uitziet:

Thuis —-> reis —-> thuis.

In werkelijkheid is het meer iets van:

.   .   .   .   .   .  (reis)
Thuis ———-^———–> thuis.

Alsof je reis heeft plaatsgevonden in een soort parallel universum, en je terugkomt op precies hetzelfde moment als dat je wegging. Er verandert meestal helemaal niets als je lang weg bent. Ergens is dat heel raar, want “huh maar ik heb zoveel meegemaakt en mijn hometown kennelijk niet”, maar het is ook wel weer fijn en vertrouwd.

Heb ik mijn geliefde blog verwaarloosd? Jazeker. Dat komt vooral omdat ik op reis vrij weinig zin had om alles uit te werken achter een scherm, terwijl ik beter bezig kon zijn met het opdoen van ervaringen waar ik nu juist over kan bloggen. En misschien was het ook een soort voorzorgmaatregel, want de kans was uiteraard groot dat ik in een zwart gat zou vallen na het reizen, dus zo houd ik mezelf maar van de straat nu ik thuis ben.

Er valt nog een hele hoop te schrijven over de reis (ik geloof dat ik een lijstje met 30 posts heb die ik nog uit wil werken), maar laat ik hier maar beginnen. Bij dezen het ultieme lijstje van m’n leven gedurende het afgelopen half jaar. De 5 beste momenten van 5 maanden zou natuurlijk mooi zijn geweest, maar ik kon écht niet kiezen. Dus: van deze 5+1 momenten – op chronologische volgorde – heb ik extreem genoten.

(EDIT: ik gooi m’n blog online, en het eerste wat Jel zegt is: hé, je hebt nummer 3 twee keer staan. IK SPOOR NIET. Alles wat ik met getallen doe gaat fout. Dus stiekem staan er 7 dingetjes in, maar dat blijft tussen ons).

1. Engels kamp op Sulawesi

Bijna een maand hebben we doorgebracht bij Natsir, waar we op de boerderij meehielpen en – in het begin – sporadisch Engelse lessen gaven (meestal een les per dag, maar soms ook niet omdat het regende – niet helemaal zeldzaam in de natte moesson).  Maar in de laatste week kwam een groep van 9 jongeren op schoolkamp bij ons op de boerderij. Het deed me helemaal denken aan mijn eigen schoolreisjes, die minder tropisch waren, maar toch diezelfde spanning hadden omdat je niet thuis slaapt, en eigenlijk sowieso niet slaapt want ja, kamp is maar één keer per jaar.

Het hoogtepunt van de week was de bonte avond. Toen we aan het begin van de week voorstelden dat iedereen iets zou voorbereiden, hadden we verwacht dat niemand daar zin in zou hebben. Dat is namelijk de standaard tienerreactie: geen zin, wil niet. Maar niets bleek minder waar; iedereen (8 meisjes en 1 jongen) gebruikte elke vrije seconde om te oefenen en van alles in te studeren. En toen de bonte avond was gekomen en ik keek naar een prachtige dans op muziek over Sulawesi, het eiland waar we zaten, was dat zo’n gelukkig moment. Iedereen stortte zich met ziel en zaligheid in de avond… wat een geweldige leerlingen. (Zelf deden we ook een poging tot een Indonesisch nummer, wat geen groot succes was omdat we geen Indonesisch spreken, en een Queen-imitatie, die wel slaagde, mede omdat Jelmer een pruik droeg van kokosnoothaar – credits voor Margreet).

Maar m’n persoonlijke highlight was het moment dat ik mijn groepje aan het lesgeven was – een groepje van vier meiden van rond de zestien, die redelijk braaf deden wat de bedoeling was, maar niet heel enthousiast waren en af en toe de nodige zuchten lieten. Tot ik er op een dag een debat in gooide, met als stelling: ‘wanneer je ouders te oud zijn om voor zichzelf te zorgen, is het oké om ze in een verzorgingstehuis te plaatsen’. Aangezien niemand vóór deze stelling was (cultuurverschilletje met Nederland, denk ik zo?) deelde ik de studenten op, in wat al snel ‘het goede team’ (die zelf voor de ouders zou zorgen) tegen ‘het slechte team’ werd.

De eerste argumenten kwamen wat moeizaam op gang, maar hoe verder we kwamen, hoe verhitter de discussie werd. Wanneer de ene partij ‘BAM’ een argument op tafel gooide, was het even stil en dan hoorde je ‘BUT!’, en dan kwam er weer een weerwoord van de tegenpartij. Ook inhoudelijk was het niveau hoog: je ouders hebben je van kinds af aan verzorgd, dus het is ook je plicht om hen te verzorgen, versus de ouders moeten inderdaad verzorgd worden maar ze krijgen in het tehuis meer aandacht dan thuis, als je zelf moet werken. Toen de tijd voorbij was en ik iedereen complimenteerde keek één meisje me aan en zei ‘But… I still want to say something!’, waarop iedereen weer heel fanatiek werd. Ik heb nog nooit zoveel voldoening uit een les gehaald. 🙂

Jelmer (of Jelena) met Natsir, die niet wist waar hij moest kijken

Jelmer (of Jelemia) met Natsir, die niet wist waar hij moest kijken. HA

Met de leerlingen!

Met de leerlingen!

Good memories

Good memories

2. Snorkelen tussen de kwallen op de Togian Islands

Eerder schreef ik al een blog over de Togian Islands, waar we onder andere snorkelden in een meer gevuld met kwallen. Steken doen ze niet – ze hebben hun prikvermogen in de loop van de jaren verloren, omdat er geen natuurlijke vijand in het afgesloten meer is.

Dit snorkeltripje vergeet ik nooit meer – de slome, stuwende bewegingen van de kwallen maken je zo rustig dat je je afvraagt of je niet al in slaap bent gevallen en je in een prachtige droom bevindt.

Meer over dit meer – en andere dingen die je op de Togian Islands kunt doen – vind je hier.

Jellyfish Lake

Jellyfish Lake

3. De Melkweg aanbidden bij Kawah Ijen

Een nadeel van de zonsopgang zien – waar dan ook – is dat je moet opstaan als het nog donker is. En dat is meestal nogal vroeg. Hier, onderweg naar het kratermeer Kawah Ijen, hadden we het slaapgedeelte in z’n geheel overgeslagen en trokken we ‘s nachts naar boven.

Maar het wordt echt niet pas mooi als de zon zich laat zien… De sterrenhemel doet je zo klein voelen, dat je alleen maar een soort stil en diep respect kan opbrengen voor het universum.

hey milky way!

Hey milky way!

3. Onszelf terugzien op Indonesische televisie

(Ja, nog een nummer 3 dus, want ik heb moeite met tellen). We waren het alweer bijna vergeten, maar toen we in Jakarta waren werden we gevraagd om iets in te spreken voor één of ander tv-programma. Geen idee waarom we eruit werden gepikt, maar misschien dachten ze een internationaal randje te geven aan het programma als er wat buitenlanders in voorbij kwamen. Eerst hebben we iets van 10 minuten geoefend op de tekst (in het Indonesisch, dus we hadden vrijwel geen idee wat we zeiden, en waarvoor), en we moesten een dansje doen. Goed.

Meer dan een maand later sms’te de gids die ons bij een tocht had begeleid ons: hij had ons op nationale televisie gezien. En meer berichtjes volgden, ook van de meiden die we hadden lesgegeven op het Engels-kamp. Bijna iedereen kijkt dit programma, schijnbaar. En, na lang zoeken op Youtube, komen we onszelf tegen. En hoe…

4. Blij worden van de gezichtjes van deze kinderen

Het echtpaar dat in Kyoto het hostel runde waar Jelmer en ik een tijdje hebben gewerkt, had ook twee dochtertjes. Ze waren fantastisch, lachten altijd en ik word al vrolijk als ik naar die foto’s alleen kijk. Was er niet een woord voor alles wat zó schattig is dat je erin wil knijpen? Echt, als ik ooit kinderen krijg wil ik zúlke.

Die gezichtjes!

Die gezichtjes!

5. Wild worden van het getrippel van geisha die achter me lopen

Ik herinner me één specifieke avond, toen ik door mijn favoriete straatje liep, en ik gegiechel en getik van schoenen achter me hoorde. Ik wierp vluchtig een blik achterom, en ik zag maar liefst drie geisha lopen, waarschijnlijk onderweg naar een theehuis of een klant (stel ik me dan weer romantisch voor). Aangezien het niet zo beleefd is om de hele tijd te staren, en dit ook niet mogelijk was omdat ik dan mijn nek zou verrekken, keek ik maar stoïcijns voor me terwijl ik luisterde. Het was een lange straat, en ik hoorde ze dichterbij komen. Op het eind kon ik ze haast horen ademen, zo dichtbij waren ze. Ik werd er helemaal gek van – dit is dus de kracht van de geisha. Opeens zag ik één van hen in mijn ooghoek, op een paar centimeter afstand, en ik verwachtte dat ze me in zou halen, of iets zou zeggen, maar juist toen sloegen ze af, één van de houten gebouwen in. Ik bleef verbouwereerd achter, met m’n hart in mijn keel. Als ze dit met mij kunnen doen, wat voor uitwerking zullen ze dan hebben op hun gasten?

5+1. Dagenlang wandelen door Taiwan (en naar de 7-11 gebracht worden door de politie)

Twee weken reisde ik alleen in Taiwan, en met al die prachtige landschappen is het een fantastische plek om er op uit te trekken met een daypack. Aangezien er veel kustplaatsjes zijn op Taiwan, vond ik het heerlijk om ‘s morgens een ontbijtje te scoren in de convenience store, en die op het strand op te eten, luisterend naar de oceaan die over de kleine kiezelstenen trok. De rest van de dag wandelde ik veel, niet per se ergens heen, maar meer om te kijken wat ik tegenkwam. Onderweg lunchte ik geweldig én goedkoop in een restaurant in een vissersdorpje, en dan liep ik weer verder. Goed om je hoofd leeg te maken.

Eén dag, toen ik in Kenting al zeven uur door de heuvels had gelopen (op een autoweg, dus niet in the middle of nowhere) kwam er een politieagent naast me rijden, die liever niet had dat ik alleen rondliep. ‘Is het gevaarlijk dan?’, vroeg ik. Nee, dat niet, zei hij, maar… toch. Hij bracht me vervolgens naar de 7-11, zo’n tien minuutjes verder. Maar ik wílde helemaal niet met de auto. Ik wilde wandelen. Dat ging er maar moeilijk in, maar het was wel een aardige man.

De kust van het plaatsje Kenting

De kust van het plaatsje Kenting

En nu ik zo’n lijstje samenstel (en nog 7298 momenten in gedachten heb die níet op het lijstje passen), gaat het alweer kriebelen. Wanneer zou de volgende reis zijn?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *