Reisleven
comments 4

Lang (leve) reizen – een pleidooi voor ‘slow travel’

Slow is the new fast.

10 jaar geleden was iedereen nog vol lof over de kunststofachtige hamburgerbroodjes van McDonalds – ohneeniet – nu is ‘slow food’ helemaal hip. Eerst uren in de keuken staan, geen pakjes en zakjes maar alleen met losse, lokale ingrediënten koken, en vervolgens  je eten niet naar binnen schrokken maar de tijd nemen om ervan te genieten. (Als ik kook is de bereiding vaak inderdaad slow, maar heb ik het binnen 10 minuten op. Jammer.)

Dan is er nog ‘slow tv’, iets wat wellicht iets minder toegankelijk is dan slow food. In plaats van alle zenders afzappen en hersendood raken van alle prikkels die je binnenkrijgt, kun je met slow tv urenlang kijken naar een trein die door een groen landschap tjokt, of een haardvuur. Vooral in Noorwegen is dit populair en wordt dit gewoon op de publieke zenders uitgezonden. Wel lekker voor het slapengaan.

En nu, nu we vier maanden onderweg zijn en nog maar twee landen hebben gezien (Kuala Lumpur tel ik niet mee), denk ik: wat is het toch heerlijk om op dit tempo te reizen. Voordat we weggingen hadden we geen idee naar welke landen we zouden gaan, maar in de regio Zuidoost-Azië en Centraal-Azië we hadden een behoorlijk lange lijst met opties. Uiteindelijk hebben we eerst een maand op Natsir’s boerderij op Sulawesi doorgebracht, toen een maand door andere delen van Indonesië gereisd, en nu zijn we alweer meer dan een maand in Kyoto, waar we in een hostel werken. En ik geniet eigenlijk het meest van die thuishavens, die momenten dat we níet reizen. Door wekenlang op één plek te blijven leer je de mensen om je heen goed kennen, krijg je een diep inzicht in een land en de cultuur, en heb je een veel rijkere ervaring. Leuk dat iedereen grappen maakt over Chinezen die in twee weken heel Europa doorreizen, maar hoe anders is de gemiddelde Nederlander? (Oké, de gemiddelde reizende Nederlander, niet de mensen die een maand op een camping staan – die hebben slow travel misschien juist begrepen. Sommige mensen hoppen in Zuidoost-Azië van waterval naar tempel en gaan dan weer naar huis.

Op Sulawesi leerde ik hoe Natsir zijn groente verbouwde zonder chemicaliën, hoe hij zijn school heeft opgezet en welke moeilijkheden hij daarbij tegenkomt, en hoe de rest van het dorp naar hem kijkt. Hier in Japan zie ik hoe het eraan toegaat achter de schermen bij een hostel, en zie ik hoe vrij de Japans-Koreaanse eigenaars hun kinderen opvoeden. Van de maand reizen op Java herinner ik me nog plaatsen en uitzichten: Bromo, Kawa Ijen, Borobudur – allemaal adembenemend, maar wat betreft m’n gevoelens en ervaringen valt het in het niet bij onze twee slow travel verblijfplaatsen. Dat komt vooral doordat mensen en verhalen een prominentere plek innemen wanneer je ergens lang verblijft, simpelweg omdat je meer tijd hebt om hen te leren kennen, en uiteindelijk zorgen zij er (bij mij, in ieder geval) voor of een reis geslaagd is of niet.

Een kritiek op de ‘slow movement’ is vaak dat het niet voor iedereen is weggelegd, en dus misschien elitair is. Slow food is bijvoorbeeld vaak duurder dan een menu bij een fastfoodrestaurant omdat je alles vers koopt, en daarnaast is het nou eenmaal onderdeel van een bewuste levensstijl die vooral populair is onder de (hogere) middenklasse. En ook met ‘slow travel’ zou je kunnen zeggen: wat een luxepositie, een half jaar ertussenuit en lekker de tijd nemen om alles te zien. Dat is ook zo – de afgelopen maanden ben ik elke dag blij en dankbaar geweest dat ik in de positie was om lang te reizen (en dat ik een Nederlands paspoort had waarmee je vrijwel alle landen inkomt). Maar het is ook een keuze geweest. Er zijn mensen van mijn leeftijd die nu druk bezig zijn om een carrière op te bouwen, die al een hypotheek hebben afgesloten of kinderen hebben – in plaats daarvan kun je ook gewoon op reis.

Hoewel je inderdaad veel vrije tijd nodig hebt voor slow travel, valt het met het geld wel mee; via Workaway kun je een paar uurtjes per dag werken in ruil voor eten en onderdak. Eigenlijk is slow travel dus heel toegankelijk. Ook tegen mensen die misschien 2 of 3 weken vrij hebben zou ik willen zeggen: doe geen moeite om in zo’n korte tijd allerlei hoogtepunten van een land af te gaan. Verblijf die paar weken op één plaats – geen strandresort, maar ergens op het platteland, bij een familie – en ga naar huis met het gevoel alsof je daar al jaren woont.

Kawah Ijen

4 Comments

  1. Inspirerend artikel. Ik vind het niet altijd even gemakkelijk om langer op 1 plaats te blijven omdat ik nogal rusteloos ben en graag verschillende indrukken opdoe in een land… 🙂 Vaak blijf ik een 3-4 dagen op dezelfde plaats, zodat ik buiten de hoogtepunten ook tijd heb om gewoon te verdwalen door de buurt en 2 keer bij datzelfde lekkere eetstalletje kan gaan eten. Maar ik denk ook wel dat je door slow travel een land, zijn mensen en de cultuur beter en dieper kan leren kennen.

    • Janne says

      Kan ik me ook wel voorstellen, dat je na een tijdje een plaats wel gezien hebt. Nu ik door Taiwan reis wil ik na een paar dagen ook wel weer door. Ik denk dat het verschil is dat het leuk is om ergens lang te blijven als je iets om handen hebt, een baantje of een project ofzo:)

  2. Ow, ik kan me hier echt zo in vinden! De beste herinneringen aan onze lange reis door Azië en het Midden-Oosten hebben we aan de plekken waar we lange tijd bleven, niet als reizigers, maar om vrijwilligerswerk te doen. Zo leer je het land en de mensen echt kennen en ervaar je het land zo anders dan door van highlight naar highlight te gaan. Leuk om te lezen! Geniet ervan!!

    • Janne says

      Ja, het is een hele andere manier van reizen he 🙂 en met zo’n tempo duurt het nog héél lang voordat je de wereld gezien hebt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *