Cultuur, Japan
Leave a comment

Butoh, de dans van de duisternis

Ik geloof dat ik een jaar of 16 was, toen mijn kunstklasje op de middelbare school butoh te zien kreeg. We waren maar met z’n vijven, want het vak ‘kunst en muziek’ werd geschuwd door mensen die zich liever vastklampten aan de zekerheid van getallen (en hun waarde op de arbeidsmarkt).

Je moet je voorstellen dat het vak onderwerpen behandelde in een soort chronologische volgorde; muziek van de middeleeuwen, de renaissance, verlichting, en tot slot hardcore en hip-hop, als een soort steek onder water. ‘Zo, we hebben het hele jaar besteed aan superverfijnde muziek van vroeger, en dit is van júllie.’

Wat ook redelijk modern is, is dus die butoh-dans waar ik net mee begon. Butoh, letterlijk de dans van de ‘duisternis’ of de ‘sombere ziel’, vond zijn oorsprong in Japan, maar is geen traditionele dans – verre van. De eerste voorstellingen vonden eind jaren ’50 plaats, en veroorzaakten enorme schandalen.

De leraar waarschuwde ons verder niet, en was ‘benieuwd wat we ervan vonden’. Ik keek, en wist niet wat ik zag. Het waren menselijke vormen die zich bewogen als zombies, als baby’s, figuren die maniakaal grijnsden en over de vloer gleden met kronkelende ledematen. Het deed echt iets met me – het was eng, afgrijselijk en ongemakkelijk, we keken naar mensen die zichzelf al het menselijke hadden ontnomen, en zich helemaal lieten gaan in hun eigen wereld.

De rest van de dag voelde ik me bedrukt. Ik heb nog heel lang geprobeerd dat exacte filmpje te vinden maar dat lukte niet, en daarom hieronder een ander voorbeeld.

Toen ik in februari in Japan was, schoot butoh me opeens weer te binnen. Snel googlede ik, en jahoor – een paar dagen later was er een butoh-avond in een zaaltje in Kyoto (dit soort toevalligheden overkomen mij vaak, heel fijn). Het was erg kleinschalig, en dat maakte het juist heel intiem. Ik ging zitten op één van de bankjes, en twee meter van me vandaan vond alles plaats.

Het moment dat het begon voelde ik precies weer wat ik dáár had gevoeld, in het klaslokaal. Ademloos keek ik naar de bezeten danseres, die zachtjes bewoog en haar ogen naar achter rolde, sidderde en zichzelf wiegde in een foetushouding. Butoh confronteert je met je ideeën van beschaving en menselijkheid. Schoonheid is in deze dans niet te vinden, maar het kaart taboes aan en brengt je in contact met je persoonlijke grenzen. Wegkijken kan niet.

Deze diashow vereist JavaScript.

Een paar weken later kwam ik nogmaals in aanraking met butoh, in een totaal andere setting. Op een van mijn laatste dagen in de stad ging ik naar Kurama, een dorpje ten noord-westen van Kyoto, met een beroemde tempel. Om daar te komen nam ik een rustig pad, dat door met bos beklede bergen liep. Na een tijdje zag ik links van me een open plek. Er klonk zacht geritsel, en ik herkende de schokkerige bewegingen meteen. Haar ogen waren gesloten, en ik prees mezelf gelukkig dat ik dit kon plaatsen en niet voor een epileptische aanval aanzag. Wat moet het bevrijdend zijn om zo te kunnen bewegen. Het meest verwarrende van butoh is misschien dat de meesten van ons bekend zijn met de gevoelens die de dans verbeeldt, maar deze zelf niet tot uitdrukking kunnen of mogen brengen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *